ECLI:NL:RBROT:2012:BY7592
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens geen schade door te vroege uitkering gereserveerd bedrag bij schuldhulpverlening
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of eiser schade heeft geleden door het te vroeg uitkeren van een gereserveerd bedrag door de bank na beëindiging van schuldhulpverlening. De rechtbank verwijst naar een eerder tussenvonnis waarin werd vastgesteld dat de bank wanprestatie heeft gepleegd en de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens eiser.
De rechtbank analyseert de hypothetische situatie waarin eiser binnen vier maanden na beëindiging van de overeenkomst succesvol een minnelijk akkoord zou hebben kunnen aanbieden of een wettelijke schuldsanering zou zijn gestart. Hierbij wordt het boedelactief en de schuldpositie van eiser zorgvuldig doorgerekend, inclusief een ontvangen uitkering van het Schadefonds Geweldsmisdrijven en een kwijtschelding van het Waarborgfonds.
De vergelijking tussen de feitelijke situatie en de hypothetische situatie toont aan dat de mogelijkheden van eiser om zijn schulden te saneren niet zijn verslechterd door het handelen van de bank en de gemeente. De rechtbank concludeert daarom dat eiser geen schade heeft geleden en wijst zijn vordering af. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen omdat hij geen schade heeft geleden door de te vroege uitkering van het gereserveerde bedrag.