ECLI:NL:RBROT:2012:BY4993
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voormalige bestuurders wegens schending risicomanagement bij projectontwikkeling Venray
De zaak betreft een geschil tussen een vastgoedontwikkelingsconcern en haar voormalige bestuurders over het project Venray. De vennootschap verwijt de bestuurders dat zij in strijd met het risicomanagementbeleid onverantwoorde risico’s zijn aangegaan bij het aangaan van de realisatieovereenkomst zonder een verplichte voorverkoopnorm en zonder toestemming van de raad van commissarissen (RvC).
De bestuurders stellen zich op het standpunt dat zij decharge hebben ontvangen voor de jaren 2006 en 2007 en dat de vaststellingsovereenkomst waarin een finale kwijting is opgenomen, hen beschermt tegen aansprakelijkheid. De vennootschap betwist dit en stelt dat zij pas in 2009 kennis kreeg van de normschendingen.
De rechtbank oordeelt dat de vennootschap onvoldoende heeft onderbouwd dat de RvC en de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) niet op de hoogte waren van de risico’s en dat de bestuurders persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De toegezegde decharge en finale kwijting dekken de gestelde tekortkomingen. De vorderingen van de vennootschap worden afgewezen, terwijl de bestuurders recht hebben op de toegezegde decharge, rentederving en incassokosten. Verder wordt een uitgebreide bewijsopdracht toegelaten over het bestaan van een harde voorverkoopnorm en de kennis van de AvA ten tijde van de dechargeverlening.
De procedure wordt gesplitst in meerdere zaken met aanhouding van diverse beslissingen en het plannen van getuigenverhoren. De rechtbank wijst de vorderingen tot immateriële schadevergoeding en excuusbrief af wegens onvoldoende onderbouwing en onredelijkheid.
Uitkomst: Vorderingen van de vennootschap tegen de voormalige bestuurders worden afgewezen; bewijsopdracht over voorverkoopnorm en dechargeverlening wordt toegelaten.