ECLI:NL:RBROT:2012:BY3596
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van 't Laar
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende bewijs voor beroepsziekte door infectie tijdens werkzaamheden politie
Eiseres, werkzaam bij de politie, stelde dat zij tijdens haar werkzaamheden besmet is geraakt met de parasiet entamoeba histolytica en verzocht dit als beroepsziekte te erkennen. Verweerder stelde dat onvoldoende is aangetoond dat de infectie tijdens het werk is opgelopen en dat het risico op besmetting zeer gering is. De rechtbank benoemde een deskundige die concludeerde dat er geen sprake was van een infectie met entamoeba histolytica, maar met entamoeba dispar, welke ook in Nederland kan voorkomen.
De deskundige stelde dat verweerder onvoldoende zorgplicht had betracht door het niet beschikbaar stellen van handschoenen en het ontbreken van adequate handhygiëne, maar dat er geen causaal verband was tussen de infectie en de werkzaamheden. Eiseres betwistte dit en verwees naar haar behandeling in het ziekenhuis en het ontbreken van reis- en privécontacten met risicogebieden.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd voor het causaal verband tussen haar infectie en de beroepswerkzaamheden. Ook was geen sprake van een schending van de zorgplicht of het vereiste van goed werkgeverschap door verweerder. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs voor een beroepsziekte en geen schending van zorgplicht door verweerder.