ECLI:NL:RBROT:2012:BY3287
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over toekenning vergoeding verhuiskosten taxibedrijf bij verkoop vastgoed
De zaak betreft een geschil tussen twee besloten vennootschappen, waarbij eiseres aanspraak maakt op een deel van de door gedaagde 1 ontvangen koopsom van de gemeente voor de verkoop van het pand waarin het taxibedrijf was gevestigd.
De rechtbank stelt vast dat de gemeente niet alleen het vastgoed wilde verwerven, maar ook de verplaatsing van het overlastgevende taxibedrijf nastreefde. De betaalde koopsom van € 790.000 overstijgt de taxatiewaarde van het vastgoed, wat duidt op een vergoeding voor verhuiskosten en schade van de huurder, eiseres.
Hoewel gedaagden stelden dat de vergoeding een all-in bedrag was en dat eiseres geen aanspraak kon maken, oordeelt de rechtbank dat gedaagden ongerechtvaardigd verrijkt zijn door het bedrag niet aan eiseres uit te keren. De rechtbank wijst het verweer van niet-ontvankelijkheid af en bevestigt dat ook gedaagde 2 persoonlijk verrijkt kan zijn.
De rechtbank wijst de vordering in reconventie af en houdt de zaak aan voor nadere conclusies over de hoogte van de vergoeding en de investeringen van gedaagden. De uitspraak is gewezen door mr. F. Damsteegt-Molier op 24 oktober 2012.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat gedaagden ongerechtvaardigd verrijkt zijn en dat eiseres recht heeft op een vergoeding uit de koopsom voor verhuiskosten.