ECLI:NL:RBROT:2012:BY3104
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.J.P. van Essen
- H.J.M. van der Kaaij
- R.F. de Knoop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter-commissaris wegens vermeende vooringenomenheid
In deze strafzaak diende een wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris die belast was met het getuigenverhoor. Verzoeker stelde dat de rechter-commissaris onpartijdigheid had geschonden door in het proces-verbaal een opmerking op te nemen over een verklaring van verzoeker zelf waarin een vuurwapen werd genoemd. Dit zou een subjectief oordeel zijn dat de schijn van vooringenomenheid wekte.
De rechter-commissaris stelde dat het haar taak was om het verhoor te leiden en te zorgen voor een deugdelijk procesverloop. Zij had de advocaat van verzoeker terecht gewezen op de verklaring van diens cliënt in het dossier, omdat de advocaat de getuige onjuist had voorgesteld dat alleen de getuige over een vuurwapen verklaarde. De passage in het proces-verbaal weerspiegelde feitelijke gebeurtenissen tijdens het verhoor en was geen subjectief oordeel.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter uit hoofde van zijn functie onpartijdig wordt vermoed, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel aantonen. Er waren geen aanwijzingen dat de rechter-commissaris subjectief niet onpartijdig was. Ook objectief gezien ontbraken zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.
De rechtbank concludeerde dat het wrakingsverzoek ongegrond was en wees het af. De rechter-commissaris had binnen haar bevoegdheden gehandeld en het verhoor op correcte wijze geleid, waarbij zij de waarheid en volledigheid van het dossier in acht nam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.