ECLI:NL:RBROT:2012:BX5198
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding huurdervingsbedrag en onderhoudskosten in huur-beheersovereenkomst Poortgebouw
De Vereniging Poortgebouw, opgericht voor huisvesting van kunstenaars en studenten in het Poortgebouw te Rotterdam, had sinds 1989 een huur-/beheersovereenkomst met de gemeente Rotterdam. In 2001 werd DGGM eigenaar en verhuurder van het pand. De Vereniging vorderde betaling van onderhoudsvergoedingen, administratiekosten en een huurdervingsbedrag over de jaren 2005-2010.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 7:226 lid 3 BW Pro de verkrijger van het pand slechts gebonden is aan bedingen die direct verband houden met het gebruik van het gehuurde tegen een door de huurder te betalen tegenprestatie. De onderhouds- en beheervergoedingen voldeden hier niet aan en gingen daardoor niet over op DGGM. Het huurdervingsbedrag van 2% van de jaarhuur, als vergoeding voor het dragen van het leegstandsrisico, werd wel als direct verband houdend beschouwd en ging over.
Verder werd een verjaringsverweer van DGGM geaccepteerd voor vorderingen vóór 2006. Voor de jaren 2006-2010 werd de vordering toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf 7 augustus 2010. De gevorderde buitengerechtelijke kosten werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen. De uitvoerbaar bij voorraad verklaring werd niet toegewezen vanwege het restitutierisico en het ontbreken van inzicht in de financiële situatie van de Vereniging.
Uitkomst: DGGM moet € 3.551,81 plus wettelijke rente betalen voor huurdervingsbedrag 2006-2010; overige vorderingen afgewezen.