ECLI:NL:RBROT:2012:BX4964

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1343511
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 6:29 BWArt. 6:119 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering betaling hoofdsom met rente en compensatie proceskosten wegens strijdigheid waarheidsplicht

Eiseres heeft een vordering ingesteld tot betaling van een bedrag van € 2.290,16 met rente en kosten. Tijdens de procedure heeft eiseres haar vordering verminderd met € 575,00 aan aanmaningskosten, nadat zij aanvankelijk had gesteld dat dergelijke kosten niet waren opgenomen.

Gedaagde heeft de feiten niet betwist en verzocht om een afbetalingsregeling. De kantonrechter oordeelt dat de vordering gegrond is, maar wijst het gedeelte van de rente dat mogelijk over aanmaningskosten is berekend af. Tevens wordt de rente toegewezen vanaf de vervaldag van de facturen.

Vanwege de strijdigheid met de waarheidsplicht van eiseres, zoals bedoeld in artikel 21 Rv Pro, compenseert de kantonrechter de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Een betalingsregeling kan niet worden opgelegd zonder instemming van eiseres. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.381,73 met rente en proceskosten worden gecompenseerd.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector kanton
Locatie Rotterdam
vonnis
in de zaak van
[eiseres],
woonplaats: [vestigingsplaats],
eiseres bij exploot van dagvaarding van 25 april 2012,
gemachtigde: Van Arkel gerechtsdeurwaarders te Leiden,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
in persoon.
1. Het verloop van de procedure
Eiseres heeft bij dagvaarding onder overlegging van producties gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen aan eiseres te betalen € 2.290,16 met rente en kosten zoals in de dagvaarding omschreven.
Gedaagde heeft mondeling op de eis geantwoord.
Bij rolbeslissing van 22 juni 2012 is eiseres door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de vraag of in de door haar in de hoofdsom opgenomen eindnota van € 1.971,73 eenmalige kosten en/of aanmaningskosten begrepen zijn.
Eiseres heeft een akte met twee producties in het geding gebracht, waarbij zij haar vordering heeft verminderd met een bedrag van € 575,00 aan aanmaningskosten.
Vervolgens is de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.
2. De beoordeling van de vordering
Gedaagde heeft de feiten waarop de vordering is gebaseerd niet betwist en hij heeft om een afbetalingsregeling verzocht.
De vordering is op de wet gegrond en wordt dan ook toegewezen, een en ander voor zover hierna niet anders blijkt.
Aangezien het waarschijnlijk is dat eiseres het bedrag aan gevorderde rente ook heeft berekend over de aanmaningskosten zal dit gedeelte van de vordering worden afgewezen. De rente zal worden toegewezen vanaf de vervaldag der facturen.
Gelet op het bepaalde in artikel 6:29 BW Pro, is de kantonrechter niet gerechtigd om een betalingsregeling vast te stellen zonder instemming van eiseres. Voor het (eventueel) treffen van een betalingsregeling met eiseres wordt gedaagde verwezen naar de gemachtigde van eiseres.
Er bestaat geen aanleiding om gedaagde als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding te veroordelen. Vaststaat dat eiseres heeft gehandeld in strijd met haar waarheidsplicht als bedoeld in artikel 21 Rv Pro. Immers eiseres heeft onder randnummer 9 in de dagvaarding benadrukt dat “in haar vordering op gedaagde op geen enkele wijze aanmanings- dan wel administratiekosten zijn opgenomen”. In de hiervoor bedoelde akte stelt eiseres echter dat in de vordering een bedrag van € 575,- aan aanmaningskosten begrepen is en in die akte heeft eiseres haar vordering met dat bedrag verminderd. In die tegenstrijdigheid vindt de kantonrechter aanleiding om de kosten van het geding te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen kwijting te betalen € 1.381,73, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro over het saldo dat aan hoofdsom, exclusief kosten, telkens na elke credit- en debetmutatie heeft uitgestaan, vanaf de vervaldag der facturen tot aan de dag der algehele voldoening, een en ander een bedrag van € 25.000,00 niet te boven gaand;
compenseert de kosten van het geding in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en uitgesproken ter openbare terechtzitting.