ECLI:NL:RBROT:2012:BX3789
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- W.J.J. Wetzels
- L.A.C. van Nifterick
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek toegewezen wegens vrees voor partijdigheid rechter na eerdere negatieve geloofwaardigheidsoordelen
In deze zaak hebben verzoeksters een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die hen in een civielrechtelijke procedure behandelde. Het verzoek is gebaseerd op een eerder vonnis van dezelfde rechter in een andere zaak, waarin expliciet een negatief oordeel werd gegeven over de geloofwaardigheid van verzoeksters.
De rechter had in die eerdere zaak, ondanks het ontbreken van bewijs door de bewijsbelaste partij, de stellingen van die partij voorshands bewezen geacht en de verklaringen van verzoeksters als tegenstrijdig en ongeloofwaardig bestempeld. Verzoeksters vreesden dat dit eerdere oordeel hun kansen in de huidige procedure zou kunnen beïnvloeden.
De wrakingskamer oordeelde dat deze vrees objectief gerechtvaardigd is, omdat het eerdere expliciete oordeel over de geloofwaardigheid van verzoeksters een rol kan spelen bij de beoordeling van verklaringen in de huidige en vergelijkbare zaken. De rechter stelde dat zij geen oordeel over de persoon van verzoeksters gaf, maar over hun verweer, doch dit doet niet af aan de gegronde vrees.
Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen, waarbij werd benadrukt dat het niet gaat om de integriteit van de rechter, maar om de objectieve vrees voor vooringenomenheid die voortvloeit uit het eerdere vonnis.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.