ECLI:NL:RBROT:2012:BX3434
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid statutair bestuurder stichting wegens niet-nakoming huurovereenkomst
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin een besloten vennootschap ([eiser]) de statutair bestuurder ([gedaagde]) van een stichting aansprakelijk stelde wegens niet-nakoming van een huurovereenkomst. De stichting huurde een bedrijfsruimte voor exploitatie van een buurtrestaurant, maar kwam door tegenvallende subsidie en exploitatie in financiële problemen en betaalde de huur niet.
De huurovereenkomst was feitelijk tot stand gekomen vóór de oprichting van de stichting, waardoor artikel 2:203 lid 3 BW Pro van toepassing was. Dit artikel stelt bestuurders persoonlijk aansprakelijk indien zij wisten of redelijkerwijs konden weten dat de stichting haar verplichtingen niet zou nakomen. Aangezien de stichting binnen een jaar failliet ging, gold een wettelijk vermoeden van die wetenschap.
De rechtbank verwierp het verweer van de bestuurder dat finale kwijting was verleend en dat hij geen persoonlijke aansprakelijkheid droeg. Ook concludeerde zij dat de bestuurder onbehoorlijk had gehandeld door de huurovereenkomst aan te gaan zonder zekerheid over essentiële subsidie-inkomsten. De schadevergoeding werd echter gematigd tot € 10.000 wegens de persoonlijke omstandigheden van de bestuurder en het maatschappelijk belang.
De rechtbank veroordeelde de bestuurder tot betaling van deze gematigde schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente, en in de proceskosten. Uitvoerbaarheid bij voorraad werd aan de uitspraak verbonden onder de voorwaarde van een bankgarantie.
Uitkomst: De bestuurder wordt hoofdelijk aansprakelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van € 10.000 schadevergoeding met rente en proceskosten.