ECLI:NL:RBROT:2012:BX3090
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing Wet op het Consumentenkrediet op koopovereenkomst met verboden kredietvergoeding
Eiseres vordert betaling van een bedrag van gedaagde op grond van een koopovereenkomst waarbij een deel van een loonvordering werd gekocht. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of de Wet op het Consumentenkrediet (WCK) van toepassing is en concludeert dat de overeenkomst als een krediettransactie moet worden aangemerkt omdat eiseres een geldsom ter beschikking stelt en gedaagde een hogere terugbetaling verschuldigd is.
De WCK is sinds 25 mei 2011 van kracht en stelt onder meer dat bij terugbetaling binnen drie maanden alleen de artikelen 34 tot en met 36 van de WCK gelden, waaronder de maximale toegestane kredietvergoeding van 16% per jaar. De rechtbank constateert dat de gevorderde vergoeding deze limiet overschrijdt en verklaart de overeenkomst daarom verboden op grond van de WCK.
De gevorderde vergoeding wordt afgewezen, en gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van de hoofdsom van €300, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2011. De buitengerechtelijke kosten worden eveneens afgewezen als strijdig met de WCK. De overige vorderingen tot ontbinding worden niet inhoudelijk beoordeeld omdat deze niet in het petitum zijn opgenomen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten, terwijl het gemachtigdensalaris wordt afgewezen vanwege gedeeltelijk ongelijk van eiseres en tegenstrijdigheden in de dagvaarding.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €300 met wettelijke rente vanaf 2 juli 2011, vergoeding van proceskosten, en afwijzing van de gevorderde kredietvergoeding wegens overschrijding maximale rente.