ECLI:NL:RBROT:2012:BW6220
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking ontheffing kredietverbod budgetbeheer stichting wegens niet-naleving voorwaarden
De Stichting Budgetbeheer Bewind en Schuldhulpverlening (BBS) kreeg van De Nederlandsche Bank (DNB) een ontheffing van het verbod op kredietaantrekking buiten een besloten kring, bedoeld in artikel 3:5 van Pro de Wet op het financieel toezicht (Wft). Deze ontheffing werd ingetrokken omdat BBS niet voldeed aan de voorwaarden, zoals het tijdig aanleveren van een jaarrekening met accountantsverklaring en het beschikken over een toereikende bankgarantie.
BBS voerde aan dat haar cliënten een besloten kring vormen, waardoor het kredietverbod niet op haar van toepassing zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de groep cliënten niet nauwkeurig omschreven is en dat er geen sprake is van een bestaande rechtsbetrekking die voldoende inzicht geeft in de financiële toestand van BBS. Ook stelde de rechtbank vast dat BBS geen rekeningen op naam van cliënten aanhield, waardoor er sprake is van aantrekking van opvorderbare gelden.
Verder faalden de bezwaren van BBS tegen de door DNB gestelde voorwaarden voor de bankgarantie. BBS had geen alternatieve garantie aangeboden en de weigering van banken om garanties te verstrekken kon niet worden toegerekend aan het model van DNB. Ook het late indienen van jaarrekeningen werd als bedrijfsrisico van BBS aangemerkt, waarbij de belangen van cliënten zijn geschaad.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van BBS ongegrond en handhaaft de intrekking van de ontheffing.