ECLI:NL:RBROT:2012:BW5820
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepsaansprakelijkheid advocaten bij fiscale advisering winstbewijzen en emigratie
Deze civiele zaak betreft de beroepsaansprakelijkheid van advocaten verbonden aan de maatschap Loeff Claeys Verbeke en de NV Loyens & Loeff voor fiscale adviezen aan het Farm Frites concern en diens familie, met name over een winstbewijzenconstructie en emigratie naar Curaçao.
Eisers stelden dat de advocaten fouten maakten die leidden tot aanzienlijke belastingaanslagen en schade. De rechtbank stelde vast dat de verjaringstermijn pas begon te lopen toen het arrest van het Gerechtshof in november 2004 bekend werd, omdat toen pas duidelijk werd dat daadwerkelijk schade was geleden door de beroepsfouten. Eisers voldeden ook tijdig aan de klachtplicht uit art. 6:89 BW Pro door binnen enkele maanden na het arrest te klagen.
De rechtbank oordeelde dat de aansprakelijkheid van de advocaten en hun kantoren hoofdelijke aansprakelijkheid inhoudt, waarbij de ontbonden maatschap en haar vereffeningsstichting aansprakelijk zijn voor fouten tot 1 januari 2000 en de opvolgende vennootschap voor fouten daarna. De zaak werd aangehouden voor verdere behandeling van de schade en het causaal verband.
Het vonnis erkent dat de advisering plaatsvond in een complexe fiscale context met innovatieve constructies en dat de advocaten steeds de opdracht gezamenlijk uitvoerden. De rechtbank liet partijen toe tussentijds hoger beroep in te stellen en verwees de zaak naar de rol voor verdere procedurele stappen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vordering niet verjaard is, eisers tijdig hebben geklaagd en dat de advocaten en kantoren hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de beroepsfouten.