ECLI:NL:RBROT:2012:BW5481
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van Gijzen
- M.J.S. Korteweg-Wiers
- J.D.M. Nouwen
- Rechtspraak.nl
Weigering voorschot WW-uitkering wegens dringende reden ontslag politieagent
Eiser, een politieagent met een lange staat van dienst sinds 1985, heeft een WW-uitkering aangevraagd na ontslag wegens ernstig plichtsverzuim. De werkgever startte een intern onderzoek naar aanleiding van beschuldigingen van seksuele intimidatie en een strafrechtelijk onderzoek naar een zedendelict.
De rechtbank beoordeelt of het voorschot op de WW-uitkering terecht is geweigerd, waarbij zij zich beperkt tot de subjectieve dringendheid van het ontslag. De werkgever heeft volgens de rechtbank zorgvuldig gehandeld door eerst het strafrechtelijk onderzoek af te wachten, eiser buiten functie te stellen na meldingen van seksuele intimidatie, en een uitgebreid feitenonderzoek te starten.
De rechtbank concludeert dat er voldoende grond is voor een dringende reden tot ontslag en dat het voorschot op de WW-uitkering terecht is geweigerd. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het voorschot op de WW-uitkering terecht geweigerd.