ECLI:NL:RBROT:2012:BV8612
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boeteoplegging wegens onderbetaling minimumloon en vakantiebijslag
Eiser kreeg een boete van €22.900 opgelegd door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens onderbetaling van het minimumloon en het niet uitbetalen van vakantiebijslag aan zeven werknemers.
Eiser voerde aan dat de boete disproportioneel hoog was ten opzichte van de onderbetaling en dat zijn onderneming financieel slecht draaide. Tevens stelde hij dat de boetes voor achterstallige loonbetaling onevenredig hoger waren dan die voor vakantiebijslag, en bepleitte een maximale boete van vijf keer het achterstallige bedrag.
De rechtbank oordeelde dat de beleidsregels 2010, waaronder de boetebedragen zijn vastgesteld, niet onredelijk zijn en dat eiser's financiële situatie onvoldoende aanleiding geeft tot matiging van de boete. De rechtbank verwierp het beroep en verklaarde het bestreden besluit in stand.
De uitspraak bevestigt dat de discretionaire bevoegdheid van het bestuursorgaan bij boeteoplegging zorgvuldig moet worden toegepast, met inachtneming van proportionaliteit en omstandigheden, maar dat de beleidsregels als zodanig passend zijn.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens onderbetaling minimumloon en vakantiebijslag wordt ongegrond verklaard.