De rechtbank Rotterdam behandelde een bestuursrechtelijke zaak waarin eiseres werd beboet wegens overtreding van de telemarketingregels, specifiek artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet, in samenhang met het Bel-me-niet-register (BMNR). Verweerder had boetes opgelegd voor het ontdubbelen van belbestanden tegen het BMNR en het ongevraagd benaderen van abonnees die in het register stonden ingeschreven.
De rechtbank oordeelde dat eiseres de regels van artikel 11.7, tiende lid, heeft overtreden door in de periode van 1 oktober 2009 tot 23 oktober 2009 bestanden niet tijdig te ontdubbelen aan het BMNR, maar vond onvoldoende bewijs dat daadwerkelijk ongevraagde communicatie is overgebracht aan ingeschreven abonnees, waardoor de overtreding van het negende lid niet was aangetoond. Voor de periode van 23 oktober 2009 tot 1 december 2009 werd de boete deels bevestigd voor bestanden met zogenaamde hotleads, omdat deze niet als gevraagde communicatie konden worden aangemerkt.
Verder stelde eiseres dat zij te goeder trouw handelde en verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom in dit geval geen waarschuwing maar een boete werd opgelegd. De rechtbank gaf verweerder de gelegenheid om de motivering te verbeteren. Ook werd vastgesteld dat eiseres als opdrachtgever verantwoordelijk was voor de overtredingen, omdat zij de callcenters aanstuurde en de belbestanden leverde.
De rechtbank besloot de publicatie van het boetebesluit op te schorten in afwachting van de einduitspraak en stelde dat verweerder binnen zes weken de motiveringsgebreken in het bestreden besluit moet herstellen.