ECLI:NL:RBROT:2011:BW4442
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Derdenwerking exoneratiebeding in keten van contracten bij schade door heat curing
Coolwater gaf opdracht aan Breko voor de bouw van een chemicaliëntanker, waarbij Breko APC inschakelde voor coatingwerkzaamheden. APC schakelde Delta Heat in voor heat curing, waarbij door een temperatuurstijging schade ontstond aan het schip. Coolwater vordert schadevergoeding wegens vertragingsschade.
Delta Heat beroept zich op exoneratieclausules in de Metaalunievoorwaarden, zowel in haar contract met APC als in de overeenkomst tussen Breko en Coolwater. De rechtbank onderzoekt of deze clausules ook jegens Coolwater kunnen worden ingeroepen, ondanks het ontbreken van een directe contractuele relatie.
De rechtbank stelt vast dat Coolwater niet wist van de inschakeling van Delta Heat, maar dat de exoneratieclausule gelet op de keten van contracten en de branchegebruikelijkheid ook derdenwerking heeft jegens Coolwater. De vordering van Coolwater wordt daarom afgewezen, tenzij zij kan bewijzen dat het gedrag van Delta Heat zo ernstig verwijtbaar was dat het beroep op de clausule onaanvaardbaar is. De zaak wordt verwezen voor nadere bewijslevering.
Uitkomst: De vordering van Coolwater wordt afgewezen omdat Delta Heat zich terecht op de exoneratieclausule kan beroepen, tenzij Coolwater bewijs levert van onaanvaardbaar verwijtbaar handelen.