ECLI:NL:RBROT:2011:BV0994
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte afgewezen wegens bedrijfsrisico huurder
De zaak betreft een geschil tussen verhuurster en huurder van een bedrijfsruimte sinds 1998. Verhuurster vordert ontbinding van de huurovereenkomst wegens achterstallige huurbetalingen. Huurster heeft tijdelijk de huur opgeschort en stelt dat haar tegenvallende bedrijfsresultaten deels aan verhuurster te wijten zijn.
De rechtbank stelt vast dat de huurder sinds 1998 de ruimte goed exploiteerde en dat de omzetdaling vanaf 2009 het gevolg is van externe omstandigheden zoals de economische crisis en bouwwerkzaamheden nabij het centraal station. Deze omstandigheden worden aangemerkt als ondernemingsrisico van de huurder en niet als een gebrek aan verhuurster toe te rekenen.
De rechtbank oordeelt dat de verminderde omzet geen onvoorziene omstandigheid is in de zin van artikel 6:258 BW Pro en dat de aard van de huurovereenkomst zich verzet tegen ontbinding of wijziging op die grond. Ook de door huurder aangevoerde illegale terrassen van concurrenten worden niet als gebrek erkend.
De vordering tot ontbinding wordt aangehouden omdat verhuurster nog niet heeft gereageerd op de stelling dat de huurovereenkomst medio december 2010 is geëindigd. De huurprijsvermindering wordt eveneens aangehouden vanwege verwevenheid met de hoofdzaak.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen en de zaak aangehouden voor nadere informatie.