ECLI:NL:RBROT:2011:BT7109
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen hoogte dwangsom bij niet tijdig beslissen op Wob-aanvraag
Eiser diende op 17 september 2010 een aanvraag in op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) bij verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, voor het verkrijgen van beleidsstukken. Verweerder had tot uiterlijk 15 oktober 2010 om een besluit te nemen, maar besloot pas op 16 november 2010 afwijzend, waarmee de beslistermijn was overschreden. Eiser stelde verweerder vervolgens in gebreke en diende beroep in wegens het niet tijdig beslissen.
Op 31 mei 2011 kende verweerder een dwangsom van €120 toe aan eiser vanwege het niet tijdig beslissen. Eiser betwistte alleen de hoogte van deze dwangsom. De rechtbank toetste de hoogte van de dwangsom aan de wettelijke bepalingen in de Awb en concludeerde dat de dwangsom over de periode van 13 tot en met 16 november 2010 slechts €80 bedraagt.
De rechtbank vernietigde daarom het besluit over de hoogte van de dwangsom, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit om te voorkomen dat eiser in een slechtere positie zou komen door het beroep (verbod van reformatio in peius). Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de hoogte van de dwangsom en handhaaft de rechtsgevolgen van het besluit.