ECLI:NL:RBROT:2011:BQ7125
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J.J. Wetzels
- L.A.C. van Nifterick
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking van rechters in ontnemingsprocedure wegens vermeende vooringenomenheid
In deze zaak heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters die betrokken zijn bij haar ontnemingsprocedure, waarin het Openbaar Ministerie vordert het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen. De wraking vloeit voort uit de afwijzing door de rechtbank van verzoeken van de verdediging om getuigen te horen en stukken te overleggen die de deels legale herkomst van gelden op Turkse bankrekeningen zouden kunnen aantonen.
De rechtbank had in een eerder vonnis vastgesteld dat de gelden afkomstig zijn uit enig misdrijf, maar erkende ook dat een deels legale herkomst mogelijk is. Desondanks wees zij in de ontnemingsprocedure zonder voorbehoud de verzoeken af met de motivering dat zij uitgaat van de bewezenverklaring in het vonnis. Dit leidde tot het vermoeden van vooringenomenheid jegens verzoekster.
De wrakingskamer oordeelde dat de beslissing van de rechters dermate onbegrijpelijk was dat dit een zwaarwegende aanwijzing vormt voor vooringenomenheid. Ook het ontbreken van nadere motivering en het niet ingaan op verzoeken tot verduidelijking versterkten dit oordeel. Het verzoek tot wraking werd daarom toegewezen en de rechters werden gewraakt.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechters wordt toegewezen wegens een zwaarwegende aanwijzing van vooringenomenheid.