ECLI:NL:RBROT:2011:BP0781
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Schoneveld
- J.H. de Wildt
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Geen meldingsplicht voor verkoper bij concentratie door verkrijging van zeggenschap
De zaak betreft een beroep tegen een boete opgelegd wegens het niet melden van een concentratie zoals bedoeld in artikel 34 van Pro de Mededingingswet (Mw). Eiseres had aandelen verkocht waardoor de koper uitsluitende zeggenschap verkreeg over een onderneming. Verweerder stelde dat ook de verkoper meldingsplichtig was en legde een boete op.
De rechtbank analyseerde de relevante artikelen 27, 29, 34 en 35 Mw in samenhang en concludeerde dat de meldingsplicht niet op de verkoper rust. Dit oordeel is gebaseerd op een redelijke, systematische en historische wetsuitleg, waarbij ook het Europese mededingingsrecht werd betrokken. De Europese regelgeving stelt expliciet dat alleen de verkrijgende partij meldingsplichtig is.
De rechtbank wees de uitleg van verweerder af die de verkoper ook meldingsplichtig achtte. Tevens werd overwogen dat het vanuit mededingingsrechtelijk oogpunt niet logisch is dat de verkoper een meldingsplicht heeft, aangezien deze juist zeggenschap prijsgeeft en geen inzicht kan verschaffen in de relevante gegevens van de koper.
Gelet hierop werd het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiseres. De rechtbank kende geen hogere proceskostenvergoeding toe dan de forfaitaire regeling, omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het boetebesluit en oordeelt dat de meldingsplicht niet rust op de verkoper bij een concentratie door verkrijging van zeggenschap.