ECLI:NL:RBROT:2010:BT1867
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en beoordeling wijziging pensioenregeling zonder instemming alle werknemers
De zaak betreft een geschil over de wijziging van een pensioenregeling bij een luchtvaartmaatschappij. De vakbond [eiseres] vordert nakoming van de oude eindloonregeling voor werknemers die niet hebben ingestemd met de wijziging naar een beschikbare premieregeling. De werkgever [gedaagde] betwist de ontvankelijkheid van de vordering en voert verweer op inhoudelijke gronden.
De rechtbank overweegt dat de vakbond op grond van art. 3:305a BW alleen ontvankelijk is indien zij leden heeft die feitelijk getroffen worden door de wijziging en niet hebben ingestemd. Het is niet vereist dat alle betrokken werknemers lid zijn ten tijde van de vordering. De vakbond heeft een eigen belang bij de vordering en de belangen lenen zich voor bundeling, wat efficiënte rechtsbescherming bevordert.
Inhoudelijk stelt de werkgever dat een zwaarwichtig belang bestaat voor de wijziging vanwege wettelijke aanpassingen, financiële omstandigheden en instemming van de ondernemingsraad en meerderheid werknemers. De rechtbank acht dit voorshands aannemelijk, maar benoemt een deskundige voor nader onderzoek naar de financiële en actuariële aspecten.
De procedure wordt aangehouden voor een comparitie waarin de lidmaatschapsvereiste wordt vastgesteld en nadere bewijslevering en deskundigenonderzoek worden voorbereid. De vakbond wordt verzocht relevante stukken tijdig in te dienen.
Uitkomst: De vordering van de vakbond is ontvankelijk onder voorbehoud van lidmaatschap, inhoudelijke beoordeling wordt aangehouden voor deskundigenonderzoek en comparitie.