ECLI:NL:RBROT:2010:BO4956
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens tekortschieten bank in zorgplicht bij leningen aan failliete onderneming
De zaak betreft een geschil tussen twee beleggers en ABN AMRO Bank over vermeend tekortschieten van de bank in haar zorgplicht bij het bemiddelen van leningen aan een failliete onderneming. De beleggers hadden via de bank leningen verstrekt aan een werkmaatschappij binnen een banketbakkerijgroep, die later failliet ging.
De beleggers stelden dat de bank onrechtmatig had gehandeld door hen te bewegen tot het verstrekken van leningen, terwijl de bank wist van de slechte financiële situatie en het opzeggen van het krediet. Tevens werd een bijzondere zorgplicht van de bank jegens hen betoogd. De bank voerde verweer dat er geen contractuele relatie bestond met de beleggers en dat zij niet als cliënten konden worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat de beleggers professionele partijen waren die de financiële situatie van de onderneming kenden en dat de bank slechts als intermediair had opgetreden. Er was geen bijzondere zorgplicht jegens de beleggers en geen sprake van onrechtmatig handelen door de bank. De vorderingen werden afgewezen en de beleggers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de beleggers af wegens ontbreken van contractuele relatie en bijzondere zorgplicht van de bank.