ECLI:NL:RBROT:2010:BO4048
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag statutair directeur met vergoeding op basis van kantonrechtersformule
De zaak betreft het ontslag van [eiser] als statutair directeur van [gedaagde], een softwarebedrijf in de modebranche. [eiser] werd op 19 februari 2007 benoemd en op 29 december 2008 ontslagen door een aandeelhoudersbesluit, waarbij hij niet aanwezig was op de vergadering. Hij stelde dat het ontslag onregelmatig en kennelijk onredelijk was, en vorderde vernietiging van het ontslagbesluit en een schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat het ontslagbesluit niet nietig of vernietigbaar is, omdat [eiser] tijdig op de hoogte was gesteld en de mogelijkheid had zijn adviserende stem uit te brengen, maar hiervan geen gebruik maakte. Wel is de opzegging van de arbeidsovereenkomst onregelmatig omdat deze niet tegen het einde van de maand is geschied. De werkgever heeft de opzegtermijn van zes maanden uitbetaald, maar nog salaris over 30 en 31 december 2008 verschuldigd.
De rechtbank acht het ontslag kennelijk onredelijk omdat het gebaseerd was op een voorgewende reden, namelijk disfunctioneren, dat niet aannemelijk is gemaakt. De werkelijke reden was het persoonlijke belang van de aandeelhouder [persoon 1]. Daarnaast bood de werkgever geen afvloeiingsregeling aan, terwijl de gevolgen van het ontslag voor [eiser] ernstig waren. Daarom wordt een schadevergoeding van €35.000,00 bruto toegekend op basis van de oude kantonrechtersformule, naast vergoeding van niet genoten vakantiedagen en een billijke vergoeding voor het niet mogen gebruiken van de zakenauto.
Uitkomst: Ontslag statutair directeur kennelijk onredelijk, werkgever veroordeeld tot €35.000 schadevergoeding en aanvullende vergoedingen.