ECLI:NL:RBROT:2010:BN6835
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen Eneco c.s. tegen Gemeente Rotterdam inzake verlegging kabels en leidingen
Eneco c.s. vorderden dat de Gemeente Rotterdam de eigendom van ondergrondse kabels, leidingen en buizen zou moeten eerbiedigen alsof sprake is van juridisch eigendom met opstalrecht, en dat de Gemeente haar medewerking zou moeten verlenen aan het vestigen van opstalrechten. Daarnaast vorderden zij een schadevergoeding voor kosten die zij zouden moeten maken bij het verleggen van leidingen op aanwijzing van de Gemeente.
De Gemeente stelde zich op het standpunt dat de Leidingenverordening en Verlegregeling van toepassing zijn, waardoor Eneco c.s. in veel gevallen geen aanspraak op vergoeding kunnen maken. De rechtbank oordeelde dat de vraag of deze verordeningen van toepassing zijn een bestuursrechtelijke aangelegenheid is en niet door de civiele rechter kan worden beoordeeld. De civiele rechter beoordeelde enkel de privaatrechtelijke aspecten.
De rechtbank stelde vast dat Eneco Beheer als rechtsopvolger eigenaar is van de netten, maar dat er geen opstalrechten zijn gevestigd en dat Eneco c.s. geen aanspraak kunnen maken op vestiging daarvan. De vermeende overeenkomst tussen partijen over het principe 'de veroorzaker betaalt' is niet tot stand gekomen. De rechtbank wees alle vorderingen van Eneco c.s. af en veroordeelde hen tot het opheffen van het conservatoir beslag op Gemeentegrond.
De proceskosten werden aan Eneco c.s. opgelegd, en de vordering tot schadevergoeding wegens het beslag werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van schade door de Gemeente.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Eneco c.s. af en veroordeelt hen tot het opheffen van het conservatoir beslag op Gemeentegrond.