ECLI:NL:RBROT:2010:BM9798
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J.A.M. Cooijmans
- K.L. van Zetten
- P. de Bruin
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid RET voor val op glad metroperron wegens onvoldoende gladheidsbestrijding
Mevrouw X, werkneemster van ING, is op 6 februari 2007 ten val gekomen op het perron van metrostation Romeynshof door gladheid. Zij liep daarbij ernstige verwondingen op en was arbeidsongeschikt tot september 2007. ING vordert van RET vergoeding van de doorbetaalde loonkosten op grond van artikel 6:107a BW.
RET voerde verweer dat de val niet door gladheid maar door eigen onoplettendheid kwam en dat zij voldoende maatregelen had getroffen, waaronder het strooien van zout. De rechtbank stelt vast dat zout was gestrooid maar nog niet was ingelopen en dat RET geen aanvullende waarschuwingen had gegeven. De rechtbank acht het perron een gevaarlijke plaats bij gladheid en vindt dat RET aanvullende maatregelen had kunnen treffen die niet bezwaarlijk zijn.
De rechtbank oordeelt dat RET onzorgvuldig heeft gehandeld jegens mevrouw X en aansprakelijk is voor de schade. Het beroep op eigen schuld wordt verworpen omdat mevrouw X niets merkte van gladheid en geen reden had om deze te verwachten. ING krijgt een vergoeding van €7.580,90 plus wettelijke rente toegewezen, maar de vordering voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.
RET wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee wordt bevestigd dat vervoersbedrijven een zorgplicht hebben om reizigers te beschermen tegen gevaarlijke situaties door gladheid, ook in de vroege ochtenduren.
Uitkomst: RET is aansprakelijk en moet ING €7.580,90 plus wettelijke rente en proceskosten betalen wegens onvoldoende gladheidsbestrijding op het metroperron.