ECLI:NL:RBROT:2010:BM0705
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bouwstop vordering wegens formele rechtskracht bouwvergunning en beperkte hinder
In deze zaak tussen buren gaat het om een geschil over een uitbouw aan de woning van gedaagde. Eisers vorderen een bouwstop van twee maanden omdat zij menen dat de uitbouw groter is dan aanvankelijk voorgespiegeld en dat zij hierdoor onrechtmatig worden belemmerd. Gedaagde heeft een bouwvergunning gekregen waarop geen bezwaar is gemaakt, waardoor deze formele rechtskracht heeft.
De voorzieningenrechter overweegt dat een eigenaar in beginsel vrij is zijn woning uit te bouwen, tenzij bestuursrechtelijke toetsing of civielrechtelijke normen worden geschonden. De bouwvergunning is door de gemeente getoetst en heeft formele rechtskracht, zodat een beroep op strijdigheid met het bestemmingsplan niet slaagt. Ook het beroep op artikel 5:50 BW Pro faalt vanwege de lex specialis van artikel 5:51 BW Pro, die de plaatsing van matglas toestaat.
Eisers stellen dat zij zijn misleid over de omvang van de uitbouw en dat zij hierdoor hun rechten hebben verspeeld door geen bezwaar te maken. De voorzieningenrechter oordeelt dat bewijslevering hierover in een bodemprocedure moet plaatsvinden, maar dat de informatievoorziening beter had gekund. Desondanks is de hinder niet zodanig ernstig dat sprake is van onrechtmatig handelen. De belangenafweging leidt tot afwijzing van de vordering, mede vanwege de grote belangen van gedaagde bij de uitbouw en de beperkte kans op succes in een bodemprocedure.
Uitkomst: De vordering tot bouwstop wordt afgewezen vanwege de formele rechtskracht van de bouwvergunning en de beperkte hinder.