ECLI:NL:RBROT:2010:BL5251
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigd doorbetaald loon na ontslag op staande voet
De werknemer was in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 1 oktober 2008. Op 11 juni 2008 werd hij op staande voet ontslagen wegens herhaald te laat komen en storend gedrag. Ondanks het ontslag betaalde de werkgever het loon door tot medio december 2008 vanwege een administratieve omissie.
De werkgever vorderde terugbetaling van het onverschuldigd betaalde loon. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer slechts 40% van het loon over de periode tussen 11 juni 2008 en 1 oktober 2008 hoefde terug te betalen, omdat volledige terugvordering in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid gezien de beperkte cognitieve vaardigheden van de werknemer en het feit dat hij het ontslag mogelijk niet volledig had begrepen.
Voor de periode na 1 oktober 2008, het einde van de arbeidsovereenkomst, was volledige terugbetaling van het loon terecht omdat de werknemer wist dat zijn contract was geëindigd en hij geen actie had ondernomen om het loon te rechtvaardigen. De kantonrechter wees buitengerechtelijke incassokosten af en bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Werknemer moet 40% van het loon tot 1 oktober 2008 en 100% van het loon na 1 oktober 2008 terugbetalen.