ECLI:NL:RBROT:2010:BL4098
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. de Gans
- E.A. Poppe-Gielesen
- F.H.J.G. Brekelmans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tenuitvoerlegging voorwaardelijk disciplinair ontslag wegens plichtsverzuim
Eiser werd bij besluit van 12 juli 2007 voorwaardelijk ontslagen wegens plichtsverzuim, met een proeftijd van twee jaar. Na ontvangst van een brief van eiser waarin hij bezwaar maakte tegen het ontslag, concludeerde verweerder dat eiser dit bezwaar had ingetrokken, wat door eiser niet binnen redelijke termijn werd betwist. Hierdoor stond het besluit in rechte vast.
Verweerder stelde dat eiser zich binnen de proeftijd schuldig had gemaakt aan plichtsverzuim, waaronder ernstige bedreigingen en beledigingen richting de directeur bedrijfsvoering, het werken tijdens ziekte bij Schiphol zonder toestemming, en het niet opvolgen van oproepen van de bedrijfsarts. Eiser voerde aan dat zijn gedragingen voortkwamen uit angst en dat verweerder medisch onderzoek had moeten initiëren, maar kon geen medische verklaring overleggen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het plichtsverzuim had vastgesteld en dat het ontslag terecht ten uitvoer was gelegd. Er was geen grond om te concluderen dat verweerder onredelijk had gehandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk disciplinair ontslag wordt ongegrond verklaard.