ECLI:NL:RBROT:2009:BJ7429
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F.C. Francken
- M.V. van Baaren
- C.H.M. Pastoors
- Rechtspraak.nl
Geen recht op huurtoeslag voor verblijf in Woonhotel vanwege kortdurend gebruik woonruimte
Eiseressen verbleven in 2008 en 2009 in het Woonhotel te Rotterdam en vorderden huurtoeslag. De Belastingdienst wees dit af omdat het verblijf kortdurend gebruik van woonruimte betreft, waardoor zij geen huurder zijn in de zin van de Huurtoeslagenwet.
De rechtbank overwoog dat het Woonhotel woonruimte aanbiedt die bedoeld is voor tijdelijke opvang van mensen zonder urgentieverklaring, met een verplichte afname van een servicepakket en een maximale verblijfsduur van circa zes maanden. Hoewel de huurovereenkomst thans voor onbepaalde tijd is aangegaan, is het doel en feitelijk gebruik gericht op tijdelijke huisvesting en snelle doorstroming naar reguliere woonruimte.
De rechtbank baseerde zich op jurisprudentie en criteria zoals aard van het gebruik, aard van de woning, partijbedoeling en duur van het gebruik. Gezien deze cumulatieve criteria is het gebruik van de woonruimte naar zijn aard slechts van korte duur, waardoor eiseressen geen huurder zijn in de zin van de wet en geen recht op huurtoeslag hebben.
De vordering tot vaststelling van de maximale huurprijs werd niet-ontvankelijk verklaard omdat dit buiten de bestuursrechtelijke bevoegdheid valt. De rechtbank wees de beroepen ongegrond en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Raad van State.
Uitkomst: Eiseressen hebben geen recht op huurtoeslag omdat het gebruik van de woonruimte in het Woonhotel naar zijn aard slechts van korte duur is.