ECLI:NL:RBROT:2009:BJ6284
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over arbeidsongeschiktheidsverzekering en verzekerbaar belang bij beëindiging werkzaamheden
Eiser heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten voor zijn beroep als boekhouder. De verzekeraar stelt dat het verzekerbaar belang is vervallen omdat eiser zijn werkzaamheden feitelijk had beëindigd om een nieuwe onderneming in Portugal te starten en/of vanwege justitiële problemen, zonder dit te melden zoals de polis vereist.
Eiser stelt echter dat hij wel degelijk arbeidsongeschikt is en dat de geringe werkzaamheden die hij verricht voor het outdoor park in Portugal en de Wiggersgroep niet betekenen dat hij arbeidsgeschikt is voor zijn verzekerde beroep. De rechtbank onderscheidt drie scenario's: arbeidsongeschiktheid met weinig werk, beëindiging werkzaamheden zonder arbeidsongeschiktheid, en tijdelijk geen werk zonder arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelt dat als eiser zijn werkzaamheden definitief had beëindigd zonder melding, het verzekerbaar belang vervalt. Omdat dit door eiser wordt betwist, wordt de verzekeraar toegelaten bewijs te leveren. Ook wordt eiser verzocht nadere informatie te verstrekken over zijn werkzaamheden en vergoedingen om de mate van arbeidsongeschiktheid te beoordelen.
Verder wijst de rechtbank het verweer van de verzekeraar af dat het recht op uitkering vervalt door te late melding of het niet opvolgen van medische adviezen, omdat onvoldoende is onderbouwd dat hierdoor belangen van de verzekeraar zijn geschaad.
De beslissing in reconventie wordt aangehouden tot na de bewijslevering. De rechtbank bepaalt de procedure voor het horen van getuigen en verdere bewijsvoering.
Uitkomst: Rechtbank staat bewijslevering toe over verzekerbaar belang en arbeidsongeschiktheid en houdt verdere beslissing aan.