ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5761
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Fiege
- Rechtspraak.nl
Matiging boete wegens niet-nakoming koopovereenkomst woning met financieringsvoorbehoud
De zaak betreft een koopovereenkomst tussen Woonbron en kopers voor een appartement, waarbij een financieringsvoorbehoud was opgenomen met een uiterste datum van 1 juni 2007. De kopers slaagden er niet in tijdig financiering te verkrijgen en namen het appartement niet af. Woonbron stelde de kopers in gebreke, ontbond de overeenkomst en vorderde een contractuele boete van 10.125 euro plus buitengerechtelijke kosten.
De kopers voerden aan dat de termijn van 1 juni 2007 onhaalbaar was omdat zij de overeenkomst pas op die datum ontvingen en dat de tussenpersoon Tensurance had moeten zorgen voor verlenging. De rechtbank oordeelde dat de kopers voldoende tijd hadden om het financieringsvoorbehoud te verlengen en dat het niet handelen van de tussenpersoon voor eigen risico was.
Hoewel de kopers toerekenbaar tekortschoten, matigde de rechtbank de boete op grond van artikel 6:94 BW Pro omdat de gevorderde boete disproportioneel was ten opzichte van de werkelijke schade van Woonbron. De rechtbank hield rekening met de maatschappelijke positie van Woonbron als woningcorporatie en het ontbreken van zorgvuldigheid bij de verkoop.
De boete werd gematigd naar 5.000 euro, vermeerderd met wettelijke rente, en de buitengerechtelijke kosten werden toegewezen. De kopers werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt kopers tot betaling van een gematigde boete van € 5.000,00 plus rente en buitengerechtelijke kosten wegens niet-nakoming van de koopovereenkomst.