ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5705
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing aanwijzingsbesluit DNB tegen GoodWood wegens overtreding Wft
GoodWood Investments B.V. werd door De Nederlandse Bank (DNB) bij een aanwijzingsbesluit van 13 februari 2008 verplicht om twee plannen van aanpak te presenteren om de voortdurende overtreding van artikel 3:5, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) te beëindigen. Deze overtreding hield verband met het aantrekken van opvorderbare gelden buiten een besloten kring via garantieproducten.
GoodWood stelde in beroep dat het aanwijzingsbesluit onrechtmatig was vanwege schending van het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, onvoldoende en onjuiste motivering, gebrek aan hoor en wederhoor, strijd met artikel 1:75, derde lid, Wft, onbepaaldheid, en onuitvoerbaarheid. De rechtbank oordeelde dat het aanwijzingsbesluit niet primair steunde op de vermogenspositie van GoodWood, maar op de vaststaande voortdurende overtredingen en dat er geen sprake was van schending van het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank verwierp voorts de stelling dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, aangezien DNB in bezwaar nadere toelichting had gegeven en GoodWood onvoldoende had aangetoond dat bepaalde garantieproducten niet onder het verbod vielen. Ook het betoog over onbepaaldheid en onuitvoerbaarheid faalde, mede omdat GoodWood inmiddels aan de aanwijzing had voldaan. Het bezwaar over het ontbreken van hoor en wederhoor werd verworpen omdat GoodWood in de bezwaarprocedure was gehoord.
Ten slotte concludeerde de rechtbank dat de belangenafweging door DNB zorgvuldig was gemaakt en dat het aanwijzingsbesluit in rechte standhield. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van GoodWood tegen het aanwijzingsbesluit van DNB wordt ongegrond verklaard.