ECLI:NL:RBROT:2009:BJ3737
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.H. Veling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens wanprestatie en terugvordering fees bij managementovereenkomst
De zaak betreft een vordering van opdrachtgever RDP tegen AYN en haar directeur tot schadevergoeding wegens vermeende wanprestatie bij de uitvoering van een managementovereenkomst en terugvordering van betaalde fees.
De rechtbank stelt vast dat de overeenkomst stilzwijgend is voortgezet na de initiële looptijd en dat de contractuele Algemene Voorwaarden, waaronder een vervaltermijn van zes maanden voor het indienen van schadevorderingen, van toepassing zijn. RDP heeft onvoldoende gesteld om het beroep op deze vervaltermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te achten, behalve bij gegronde beschuldigingen van misleiding of bedrog.
RDP heeft bedrog en misleiding betoogd omtrent de aanstelling en doorbetaling van de ex-echtgenote van de directeur, maar heeft dit niet voldoende onderbouwd. Andere schadeposten zijn niet aannemelijk gemaakt of vallen onder de vervaltermijn. De vordering tot terugbetaling van fees wegens buitengerechtelijke ontbinding is niet bewezen, omdat ontbinding niet is gesteld noch bewezen.
De rechtbank concludeert dat de vorderingen niet toewijsbaar zijn en wijst deze af. RDP wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding en terugvordering van fees af wegens verstrijken van de vervaltermijn en onvoldoende bewijs van misleiding of bedrog.