ECLI:NL:RBROT:2009:BJ3687
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boeteberekening op basis van aanbestedingsomzet volgens jaarrekening in bouwfraudezaak
In deze bestuursrechtelijke procedure betwist eiseres het door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) opgelegde boetebesluit in het kader van het bouwfraudeonderzoek. Centraal staat de vraag of de boetegrondslag, de aanbestedingsomzet 2001, moet worden berekend op basis van de omzet zoals verantwoord in de jaarrekening of beperkt moet blijven tot de omzet van in 2001 daadwerkelijk opgeleverde werken.
Eiseres stelt dat de omzet van een werk dat pas in 2002 is opgeleverd niet bij de boetegrondslag mag worden betrokken, verwijzend naar artikel 7:758 BW Pro en de beleidsregels van de NMa. De rechtbank onderzoekt de beleidsregels, de toelichting daarop en de wettelijke bepalingen, waaronder artikel 57 Mw Pro en artikel 2:377 BW Pro, en concludeert dat de NMa terecht aansluiting heeft gezocht bij de omzet zoals die in de jaarrekening wordt verantwoord.
De rechtbank acht het beleid van de NMa niet onredelijk en oordeelt dat het beroep op het legaliteitsbeginsel en het lex certa-beginsel faalt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boetegrondslag blijft gebaseerd op de in de jaarrekening 2001 verantwoordde aanbestedingsomzet.
Uitkomst: Het beroep tegen het boetebesluit wordt ongegrond verklaard en de boetegrondslag blijft gebaseerd op de jaarrekening 2001.