ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2739
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verhuurder veroordeeld tot starten procedure tegen overlastveroorzakende huurder
Eisers, huurders van een zelfstandige woning in een complex, ondervinden al jaren ernstige overlast van de meerderjarige zoon van een andere huurder in hetzelfde complex. De overlast bestaat uit onder meer bedreigingen, intimidaties en vernielingen. Eisers vorderen dat de verhuurder een gerechtelijke procedure start om de huurovereenkomst van de overlastveroorzakende huurder te ontbinden en de woning te ontruimen, en vragen tevens om huurprijsvermindering wegens gederfd huurgenot.
De verhuurder verzet zich tegen de vorderingen en betwist dat er sprake is van overlast en dat zij tekort is geschoten in haar verplichtingen. De rechtbank stelt vast dat de zoon feitelijk in de woning woont en dat de verhuurder aansprakelijk is voor gedragingen van personen die zich met goedvinden in het gehuurde bevinden. Er is voldoende bewijs van overlast, waaronder eerdere strafrechtelijke veroordelingen en aangiftes.
De rechtbank oordeelt dat de verhuurder niet al haar juridische mogelijkheden heeft benut en veroordeelt haar om binnen 30 dagen een bodemprocedure of een voorlopig getuigenverhoor te starten tegen de huurder die de overlast veroorzaakt. De beslissing op de overige vorderingen, waaronder huurprijsvermindering en schadevergoeding, wordt aangehouden in afwachting van de uitkomst van die procedure. De uitspraak benadrukt het belang van bescherming van huurders tegen overlast en de verantwoordelijkheid van verhuurders om adequaat op te treden.
Uitkomst: Verhuurder wordt veroordeeld tot het starten van een procedure tegen de overlastveroorzakende huurder binnen 30 dagen, onder verbeurte van een dwangsom.