ECLI:NL:RBROT:2009:BI6696
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.I. van Strien
- M. Schoneveld
- E.M.H. Loozen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boete wegens structurele overtreding kartelverbod in bouwsector met aandacht voor procesbelang en redelijke termijn
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van Verenigde Bedrijven W.A. van de Westerlo & Zn B.V. tegen een boetebesluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit wegens overtreding van het kartelverbod in de kabel- en leidingwerkensector van de bouw.
Eiseres betoogde dat zij de boete niet kon betalen zonder faillissement te riskeren, dat alleen de financiële situatie ten tijde van het primaire besluit relevant is, en dat de redelijke termijn was overschreden. De rechtbank oordeelde dat procesbelang aanwezig is, ook als derden de boete betalen, en dat bij beoordeling van betaalbaarheid ook de situatie tijdens de bezwaarfase moet worden meegewogen.
De rechtbank bevestigde dat de financiële positie in principe geen rol speelt bij boetebepaling, tenzij de boete waarschijnlijk tot faillissement leidt. De rechtbank vond dat verweerder terecht het advies van een registeraccountant volgde dat geen causaal verband bestond tussen boete en faillissement. Verder was nader onderzoek naar dochtermaatschappijen niet noodzakelijk.
Ten aanzien van de redelijke termijn oordeelde de rechtbank dat deze niet was overschreden gezien de complexiteit en verwevenheid van de zaak met andere bouwfraudezaken. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtreding van het kartelverbod wordt ongegrond verklaard.