ECLI:NL:RBROT:2009:BI0667
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens onbehoorlijke taakvervulling en faillissement
De curator in het faillissement van een kleding- en sieradenbedrijf vordert dat de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld voor het tekort in het faillissement. De curator stelt dat de administratie niet voldoet aan wettelijke eisen, waardoor rechten en verplichtingen niet kenbaar waren. De bestuurder betwist dit en verwijst naar een elektronisch systeem (WWS-systeem) dat de administratie zou ondersteunen.
De rechtbank constateert dat de bestuurder onvoldoende heeft gesteld om het bestaan en de toegankelijkheid van het WWS-systeem aan te tonen, terwijl de curator tot aan het geding onkundig was van dit systeem. Verder blijkt uit de administratie dat het niet mogelijk is om snel inzicht te krijgen in de financiële positie van de vennootschap, mede doordat facturen niet specificeren welke goederen tegen welke prijs zijn ingekocht.
De bestuurder is verantwoordelijk voor de administratie, ook al liet hij zich bijstaan door een administratiekantoor. Het feit dat het bedrijf onderdeel was van een groter concern doet hieraan niet af. De rechtbank oordeelt dat de bestuurder niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit artikel 2:10 lid 1 BW Pro, waardoor op grond van artikel 2:248 lid 2 BW Pro wordt vermoed dat hij zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.
De bestuurder krijgt de gelegenheid om tegenbewijs te leveren tegen dit vermoeden, bijvoorbeeld door getuigen te laten horen. Indien hij hierin niet slaagt, zal hij aansprakelijk worden gesteld voor het tekort in het faillissement. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De bestuurder wordt vermoed onbehoorlijk te hebben gehandeld en aansprakelijk te zijn voor het faillissement, met gelegenheid tot tegenbewijs.