ECLI:NL:RBROT:2009:BH0215
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.C.J. Peeck
- M. Jurgens
- J.A.F. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling handhavingsverzoek naamoverdracht PGGM onder Wet verplichte deelneming bedrijfstakpensioenfonds
Eiseressen verzochten De Nederlandsche Bank (DNB) handhavend op te treden tegen Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn (voorheen PGGM) wegens vermeende overtreding van artikel 5 van Pro de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf 2000) na naamoverdracht van PGGM aan een uitvoeringsorganisatie en dochterondernemingen.
DNB wees het verzoek af omdat er geen gelijktijdig gebruik van de naam PGGM was, maar opvolgend gebruik door verschillende entiteiten. Eiseressen voerden aan dat artikel 5 een Pro bredere uitleg verdient en dat associatiegevaar bestaat, maar de rechtbank oordeelde dat de wetstekst en wetsgeschiedenis dit niet ondersteunen.
De rechtbank stelde vast dat artikel 5 een Pro zorgplicht bevat tegen gelijktijdig gebruik van dezelfde of vergelijkbare namen, maar niet tegen opvolgend gebruik. De wetsgeschiedenis toont dat de wetgever naamoverdracht niet heeft willen verbieden. Het beroep van eiseressen werd ongegrond verklaard en zij werden veroordeeld in de proceskosten van Zorg en Welzijn.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat opvolgend gebruik van de naam PGGM geen overtreding is van artikel 5 Wet Bpf 2000 en verklaart het beroep ongegrond.