ECLI:NL:RBROT:2008:BE9341
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verkoper bij levering van gestolen of verduisterde bestelbussen
In deze civiele zaak stond de levering van gestolen of verduisterde bestelbussen centraal. De rechtbank Rotterdam heeft vastgesteld dat de verkoper te goeder trouw was bij de verkrijging van de bestelbussen en daardoor de eigendom rechtsgeldig heeft verkregen en geleverd aan de koper. De vraag of de bestelbussen gestolen of verduisterd waren, moest worden bewezen door de eiseres.
De rechtbank benadrukte dat de beoordeling van de eigendomsverkrijging en aansprakelijkheid moet plaatsvinden op basis van artikel 7:9 en Pro 7:15 BW en niet op grond van artikel 7:17 BW Pro, omdat dit laatste artikel ziet op feitelijke gebreken en niet op rechtsgebreken zoals diefstal of verduistering. Indien de bestelbussen gestolen bleken te zijn, was de verkoper tekortgeschoten in zijn verplichtingen en aansprakelijk voor de schade van de koper.
De rechtbank wees erop dat de mogelijkheid tot revindicatie door de oorspronkelijke eigenaar een bijzondere last vormt in de zin van artikel 7:15 BW Pro. Dit betekent dat de koper het risico draagt indien de bestelbussen gestolen zijn, tenzij hij deze last heeft aanvaard. De rechtbank verwierp het verweer dat de koper een zwaardere onderzoeksplicht zou hebben dan de verkoper.
Tot slot bepaalde de rechtbank dat de eiseres werd toegelaten tot bewijslevering omtrent de diefstal van de bestelbussen en de gevolgen daarvan, waaronder de ontbinding van de koopovereenkomst met haar koper en de geleden schade. De uitspraak werd gedaan door rechter mr. N. Doorduijn.
Uitkomst: De verkoper was te goeder trouw en leverde eigendom, maar bij bewezen diefstal is sprake van toerekenbare tekortkoming en aansprakelijkheid.