ECLI:NL:RBROT:2008:BD8261
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing boeteoplegging wegens kartelafspraken in de GWW-sector
De zaak betreft een bestuursrechtelijk geschil over een boete opgelegd aan Aannemingsbedrijf A.C. de Groot B.V. wegens deelname aan een kartel in de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW) in de periode 1998-2001. De boete is gebaseerd op overtreding van artikel 6 van Pro de Mededingingswet en artikel 81 van Pro het EG-Verdrag. De boete werd vastgesteld na een uitgebreid onderzoek, mede ingegeven door onthullingen in media en een parlementaire enquête.
Eiseres maakte bezwaar tegen het boetebesluit, onder meer over de voorwaarden van de versnelde procedure, de boetegrondslag, de toepassing van de clementieregeling en de evenredigheid van de boete. De rechtbank oordeelt dat de versnelde procedure vrijwillig is en dat de voorwaarden daarvan duidelijk zijn gecommuniceerd. De feiten en deelname aan het kartel worden geacht vast te staan door erkenning in de versnelde procedure, waardoor betwisting in bezwaar niet mogelijk is.
De rechtbank vindt de keuze voor de aanbestedingsomzet 2001 als boetegrondslag niet onredelijk en acht het beleid rond clementie en boetevermindering binnen de beleidsvrijheid van verweerder. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel faalt, evenals het beroep op matiging van de boete wegens financiële situatie, omdat eiseres geen controleerbare gegevens heeft overgelegd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtreding van de Mededingingswet en het EG-Verdrag wordt ongegrond verklaard.