ECLI:NL:RBROT:2008:BC5558
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.H. Hamburger
- H. van den Heuvel
- J. van den Bos
- Rechtspraak.nl
Ontslag politieambtenaar na diefstal uit arrestantenkluis
Eiser, een arrestantenverzorger bij de politie Rotterdam, werd op 24 april 2006 ontslagen wegens diefstal van geld uit een sealbag die toebehoorde aan een arrestant. Na een initiële bekentenis op 10 mei 2005 trok hij deze op 11 augustus 2005 in, met het argument van claustrofobie en het willen ontkomen aan een tweede nacht in detentie. Verweerder baseerde het ontslag op de gedetailleerde bekentenis, camerabeelden die eisers aanwezigheid bevestigen tijdens het openen van de kluis, en het feit dat eiser de intrekking niet geloofwaardig maakte.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking van de bekentenis niet geloofwaardig was, mede omdat eiser deze pas na drie maanden introk en geen aanwijzingen waren dat hij in paniek had gehandeld. De camerabeelden sloten de mogelijkheid dat eiser de diefstal pleegde niet uit en ondersteunden de bekentenis. Ondanks dat eiser in de strafrechtelijke procedure werd vrijgesproken, vond de rechtbank dat dit geen doorslaggevende betekenis had in het bestuursrechtelijke ontslagbesluit.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht op basis van deugdelijk vastgestelde gegevens aannam dat eiser zich schuldig had gemaakt aan plichtsverzuim en dat het ontslag een evenredige maatregel was. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het disciplinaire ontslag wegens diefstal wordt ongegrond verklaard.