ECLI:NL:RBROT:2008:BC5193
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.I. Batelaan-Boomsma
- S.S. van Nijen
- W.E. Merens
- Rechtspraak.nl
Bevel tot instemming met schuldregeling ondanks weigering bank wegens vermeende frauduleuze schulden
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om de ING Bank te bevelen mee te werken aan een buitengerechtelijke schuldregeling. De Bank weigerde instemming vanwege het standpunt dat de schulden niet te goeder trouw waren ontstaan, onder meer door een gokverslaving en ontvreemding bij de werkgever.
De rechtbank beoordeelde of de Bank in redelijkheid tot weigering kon komen, waarbij het belang van de Bank werd afgewogen tegen het belang van verzoeker. De rechtbank oordeelde dat de Bank onvoldoende valide gronden had om de weigering te rechtvaardigen. De nakoming van de regeling werd voldoende gewaarborgd door het behandeltraject en budgetbeheer.
De rechtbank stelde vast dat acht van de negen concurrente crediteuren het voorstel hadden geaccepteerd en dat de vordering van de Bank inmiddels was afgenomen door loonbeslag. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de WSNP bleef onbesproken. De Bank werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de ING Bank om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en veroordeelt de Bank in de proceskosten.