ECLI:NL:RBROT:2007:BC1921
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Matiging terugvordering bijstand wegens bijzondere omstandigheden en niet-adequaat handelen gemeente
Verzoekster ontving sinds 1992 bijstand als alleenstaande, die vanaf 1 juli 2005 werd aangepast naar de norm voor een echtpaar omdat zij ging samenwonen met de heer [partner]. Het UWV keerde met terugwerkende kracht nabetalingen uit aan de heer [partner], die verzoekster niet kon beheren. De gemeente Rotterdam besloot tot terugvordering van de bijstand over de periode 1 juli 2005 tot 9 februari 2007, maar matigde dit later tot 50% van het bedrag wegens dringende redenen.
Verzoekster maakte bezwaar en stelde dat zij nooit van de nabetalingen had geprofiteerd en dat zij tijdig alle informatie had verstrekt. De rechtbank oordeelde dat de gemeente bevoegd was tot terugvordering, maar dat bijzondere omstandigheden en het niet-adequaat handelen van de gemeente aanleiding gaven om de terugvordering verder te matigen.
De rechtbank matigde het terug te vorderen bedrag tot €4.996,14, wees het beroep toe, en veroordeelde de gemeente in de proceskosten. Tevens werd het griffierecht vergoed en werd bepaald dat de gemeente het maandelijkse af te lossen bedrag opnieuw moest vaststellen binnen twee weken na de uitspraak.
Uitkomst: De terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand wordt gematigd tot €4.996,14 en het beroep wordt gegrond verklaard.