ECLI:NL:RBROT:2007:BB9312
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontruimingsvordering wegens schending zelfbewoningsplicht ondererfpacht MGE-regeling
De zaak betreft een ontruimingsvordering van Woonbron tegen de ondererfpachter van een appartement, verleend onder de Maatschappelijk Gebonden Eigendom (MGE)-regeling. Woonbron zegt de ondererfpacht op wegens het niet naleven van de verplichting de woning zelf te bewonen, wat een kernvoorwaarde is van de MGE-regeling. De ondererfpachter heeft de woning verhuurd en meerdere personen stonden ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA), wat strijdig is met de zelfbewoningsplicht.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 5:87 BW Pro de opzegging van de ondererfpacht gerechtvaardigd is indien de ondererfpachter in ernstige mate tekortschiet in zijn verplichtingen. De ondererfpachter betwist dit, maar de rechtbank oordeelt dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het eerdere verzuim is hersteld. Ook het verweer dat hij onwetend was van de zelfbewoningsplicht wordt verworpen.
De rechtbank wijst de ontruimingsvordering toe en legt een dwangsom op voor het geval de woning niet binnen twee dagen na betekening wordt ontruimd. Tevens wordt de ondererfpachter veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontruimingsvordering toe en veroordeelt de ondererfpachter tot oplevering van de woning binnen twee dagen onder dwangsom.