ECLI:NL:RBROT:2007:BB4202
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst afgewezen wegens onrechtmatige afsluiting en onvoldoende bewijs overlast
Kolpa vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] wegens overlast en wanbetaling, en betaling van achterstallige huur en kosten. [gedaagde] betwist de vorderingen en vordert in reconventie terugbetaling van huur over de periode dat het gehuurde onrechtmatig was afgesloten.
De kantonrechter stelt vast dat Kolpa als verhuurder bevoegd is op te treden en dat er sprake is van een huurachterstand over augustus en september 2006. Echter, het gehuurde is op 5 juli 2006 door het Interventieteam onrechtmatig afgesloten met een stalen deur, waardoor [gedaagde] geen gebruik kon maken van de woning. Dit leidt tot het oordeel dat Kolpa niet heeft voldaan aan haar verplichting tot het verschaffen van woongenot, waardoor de huurpenningen niet verschuldigd zijn.
Verder is onvoldoende bewijs geleverd dat de overlast na 2004 voortduurde, zodat ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en rente wordt daarom afgewezen. In reconventie wordt Kolpa veroordeeld tot terugbetaling van huur over de periode van onrechtmatige afsluiting, vermeerderd met wettelijke rente, en tot het verschaffen van ongestoord woongenot onder dreiging van een dwangsom.
De proceskosten worden Kolpa opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Vordering tot ontbinding huurovereenkomst afgewezen; verhuurder moet huur terugbetalen over onrechtmatige afsluiting en ongestoord woongenot verschaffen.