ECLI:NL:RBROT:2007:BA6198
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nakoming aflossingsregeling rekening-courantschuld en persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder
De zaak betreft een geschil tussen aandeelhouders en vennootschappen over de nakoming van een aflossingsregeling van een rekening-courantschuld van een vennootschap aan een voormalig bestuurder en indirect aandeelhouder. Eisers vorderen betaling van onbetaalde maandelijkse en jaarlijkse aflossingstermijnen, vermeerderd met wettelijke rente, en stellen dat het faillissement van de dochtervennootschap [B.V.] de aflossingsverplichtingen niet doet vervallen. Tevens vorderen zij hoofdelijk betaling van gedaagden en stellen persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder [gedaagde sub 3] wegens onrechtmatig handelen en het willens en wetens veroorzaken van het faillissement.
De rechtbank oordeelt dat alleen eiser [eiser] vorderingsgerechtigd is jegens Hakru, de vennootschap die de schuld erkent en betalingen heeft verricht. De maandelijkse aflossingstermijnen worden toegewezen. De jaarlijkse aflossingstermijnen zijn ook opeisbaar ondanks het faillissement van [B.V.], omdat de overeenkomst een leemte vertoont die moet worden aangevuld conform de redelijke verwachtingen van partijen. De vorderingen van eiseres [eiseres] en jegens andere gedaagden worden afgewezen. De persoonlijke aansprakelijkheid van [gedaagde sub 3] wordt niet toegewezen, maar eiser krijgt gelegenheid zijn stellingen nader uit te werken.
De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af wegens onvoldoende specificatie. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor nadere toelichting van eisers op hun stellingen. De vorderingen worden vooralsnog deels toegewezen en deels afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de maandelijkse en jaarlijkse aflossingstermijnen toe jegens Hakru, wijst overige vorderingen af en verwijst de zaak voor nadere toelichting op persoonlijke aansprakelijkheid.