ECLI:NL:RBROT:2007:BA1565
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid
Eiser ontving sinds mei 2001 een bijstandsuitkering. Verweerder ontdekte via een SIOD-rapport en eigen onderzoek dat eiser mogelijk inkomsten uit arbeid had ontvangen zonder deze te melden. Eiser werd verhoord en erkende werkzaamheden te hebben verricht zonder dit aan te geven. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en werd de uitkering over de betreffende periode herzien en teruggevorderd.
De Algemene Bezwarschriftencommissie adviseerde het bezwaar ongegrond te verklaren, mede omdat eiser onvoldoende bewijs leverde van de omvang van zijn inkomsten en werkzaamheden. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt dat eiser het risico draagt dat de omvang van zijn inkomsten niet kan worden vastgesteld.
Verder oordeelt de rechtbank dat de artikelen 3 en 4 van de Handhavingsverordening onverbindend zijn omdat de gemeenteraad buiten zijn bevoegdheid trad, maar dat het college desondanks overeenkomstig deze bepalingen heeft gehandeld als gedragslijn binnen de discretionaire bevoegdheid. Deze gedragslijn voldoet aan het evenredigheidsbeginsel. Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.