ECLI:NL:RBROT:2007:BA1314
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Vroom
- Fiege
- Hes-
- Rechtspraak.nl
Geen verplichting tot doorverkoop van ingekochte aandelen aan personeel of directieleden
In deze zaak stond centraal of een doorverkoopclausule van toepassing was op de situatie waarin alle aandelen van een vennootschap, behalve de ingekochte aandelen van eiseres, werden verkocht aan een derde partij. Eiseres stelde dat sprake was van een economische overdracht van haar aandelen en dat de vennootschap gehouden was tot nakoming van de doorverkoopclausule, dan wel tot schadevergoeding wegens niet-nakoming.
De rechtbank oordeelde dat de doorverkoopclausule taalkundig en naar redelijkheid en billijkheid slechts ziet op juridische of economische overdracht van de specifieke aandelen van eiseres zelf, en niet op de verkoop van andere aandelen aan derden. Ook de context, het kettingbeding en de onderhandelingen boden geen steun voor een ruimere uitleg.
Verder stelde eiseres dat er een afspraak bestond dat de ingekochte aandelen binnen redelijke termijn aan personeel of directieleden zouden worden doorverkocht. De rechtbank vond dat deze stelling onvoldoende was onderbouwd en dat er geen verplichting tot doorverkoop bestond. Ook de subsidiaire vorderingen wegens onrechtmatige daad werden afgewezen.
De rechtbank wees de vorderingen af en veroordeelde eiseres in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat contractuele clausules strikt worden uitgelegd en dat intenties of doelstellingen niet zonder meer leiden tot aanvullende verplichtingen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af en veroordeelt haar in de proceskosten.