ECLI:NL:RBROT:2007:BA1309
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling administratieplicht middellijk bestuurder in faillissement ASR Rotterdam
In deze civiele procedure staat centraal of de middellijk bestuurder van ASR Rotterdam heeft voldaan aan de administratieplicht zoals voorgeschreven in artikel 2:10 BW Pro. De curator stelt dat de bestuurder de administratie niet aan hem heeft overgedragen, waardoor hij zijn taak niet goed kan uitvoeren.
De rechtbank stelt vast dat de curator vanaf de faillietverklaring over een bijgewerkt grootboek beschikte, opgesteld door de boekhouder, en dat de fysieke administratie zich in het bedrijfspand bevond. De curator heeft echter nagelaten deze administratie zelf te onderzoeken, waardoor niet kan worden vastgesteld of de administratie volledig en correct is bijgehouden en bewaard.
De rechtbank oordeelt dat het niet aan de bestuurder is om de administratie actief aan de curator te verstrekken, maar dat de curator zelf onderzoek moet doen naar de aanwezige stukken. Omdat de curator dit niet heeft gedaan, kan niet worden vastgesteld dat de bestuurder heeft gefaald in zijn verplichtingen. De vorderingen van de curator worden daarom afgewezen, en de curator wordt veroordeeld in de proceskosten.
Tegen [gedaagde 4] is een schikking getroffen, waardoor de vordering tegen hem is ingetrokken. Ook de vorderingen tegen andere gedaagden worden afgewezen vanwege eerdere beslissingen en schikkingen. De rechtbank verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vorderingen van de curator wegens schending administratieplicht worden afgewezen; curator veroordeeld in proceskosten.