ECLI:NL:RBROT:2007:AZ6557
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing schade door wateroverlast en aansprakelijkheid Hoogheemraadschap
Eiser vordert schadevergoeding van het Hoogheemraadschap wegens wateroverlast na hevige regenval, stellende dat het Hoogheemraadschap tekort is geschoten in zijn zorgplicht op grond van de Wet op de waterhuishouding.
De rechtbank beoordeelt dat eiser onvoldoende concreet en gespecificeerd heeft onderbouwd op welke percelen de schade zich voordeed, welke specifieke verwijten hij aan het Hoogheemraadschap maakt, en welk causaal verband bestaat tussen het handelen van het Hoogheemraadschap en de schade. Tevens faalt eiser in het leveren van bewijs, waaronder het niet overleggen van een TNO-rapport en onvoldoende gespecificeerde getuigenverklaringen.
Het Hoogheemraadschap heeft aannemelijk gemaakt dat het beleid en de maatregelen adequaat waren, waaronder het verlagen van de stuwdrempel en tijdige inzet van noodpompen. De rechtbank concludeert dat de uitzonderlijke neerslag niet door het Hoogheemraadschap kon worden voorkomen met de beschikbare middelen.
Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het liquidatietarief ondanks de langdurige procedure en onduidelijkheden in de stellingen van eiser.
Uitkomst: De vordering van eiser wegens schade door wateroverlast wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en bewijs.